Theater in de Middeleeuwen

In de Middeleeuwen nam het theater een andere wending onder invloed van het geloof. Het godsdienstige toneel ontstond uit de kerkelijke eredienst rond Christus, belangrijke gebeurtenissen uit de bijbel zorgden voor de ontwikkeling van het kerkelijk drama. Door dit kerkelijk drama werd de Christelijke leer toegankelijker gemaakt.

De tegenhanger van dit kerkelijk drama was het straattheater. Er waren geen officiële theater gebouwen, dus ging de boerenkar met paard en acteurs van de ene plaats naar de andere. De kar was gelijk het podium voor het spel.

Ander vermaak

Maar er was ook ander vermaak. Vuurspuwers, acrobaten, mimespelers, jongleurs, worstelaars, minstrelen, dierentemmers, dansers en verhalenvertellers trokken langs jaarmarkten en kermissen om de mensen vertier te bieden. De kerk verzette zich krachtig tegen de mimespelers die meestal het geloof op de hak namen.

Tijdens de 13e en de 14e eeuw ontstonden de eerst religieuze spelen. De spelers ware geen professionals en spraken volkstaal en het stuk werd opgevoerd buiten de kerk, hoewel de onderwerpen vaak wel met het geloof verbonden waren. Er waren twee soorten spelen: de abele spelen gebaseerd op de ridderroman of de kluchten. Daarnaast waren er nog vier soorten geestelijke spelen: het mysteriespel, de mirakelspelen, het heiligenspel en de zinnespelen.