Het poppen- en marionettentheater

De meesten onder ons hebben als kind wel eens een poppentheater meegemaakt. Bijvoorbeeld op de kleuterschool, waar de juf zo nu en dan een klein kindertheater verzorgde door middel van een poppenkastvoorstelling. De hoofdrolspelers van zo’n theatervoorstelling waren vaak handpoppen, zoals Jan Klaassen en Katrijn. De hoofdpersonages van een poppentheater kunnen echter ook marionetten zijn, maar op scholen was dat doorgaans niet gebruikelijk. Het hanteren van een marionet is namelijk een kunst op zich en vergt behoorlijk wat oefening.

Pinokkio

Het marionettentheater is dus een specifiek genre binnen het poppentheater. De bekendste marionet is wellicht Pinokkio, de pop die vervaardigd is uit het hout van een pijnboom. Pinokkio is oorspronkelijk de hoofdrolspeler in het gelijknamige boek uit 1883 van de Italiaanse schrijver Carlo Collodi. Het verhaal begint met maestro Geppetto, een zeer vakkundig houtbewerker. Hij besluit om een jongenspop uit (betoverd) hout te snijden, zodat hij zijn brood voortaan kan verdienen als poppenspeler. Het was namelijk moeilijk om een goed bestaan op te bouwen als houtbewerker. Van een bedrijfslening, zoals dat tegenwoordig bij Qeld mogelijk wordt gemaakt, was destijds nog geen sprake. Als de pop gereed is wil Geppetto hem leren lopen door middel van touwtjes aan zijn armen en benen, zoals een echte marionet. Maar Pinokkio ontdekt al snel dat hij zélf kan lopen en rent naar buiten, de wijde wereld in!

Het poesjenellentheater

In Antwerpen bevindt zich reeds vanaf de 16e eeuw een waarlijk marionettentheater met de naam de Poesje, een afkorting van het fameuze poesjenellentheater. De poesjenel marionetten zijn zogenaamde stangenpoppen. Hoewel de poppen zelf deels uit hout zijn vervaardigd, wat betreft de kop, de onderbenen en -armen, worden ze met ijzeren stangen bewogen. De poppen zijn iets meer dan een halve meter hoog en worden ook wel ‘voddenbalen’ genoemd omdat hun kleren gemaakt zijn van oude lappen. De held van elk theaterstuk is ‘de Neus’. Hij wordt vergezeld door onder meer ‘de Schele’, ‘de Kop’, ‘de Bult’ en ‘Belleke’. De poesjenellentheatervoorstellingen worden in diverse kelders gehouden, waarvan die aan de Repenstraat in Antwerpen wellicht de bekendste is. Hier worden nog steeds diverse voorstellingen gegeven. Hoewel het poesjenellentheater een duidelijk plot kent, kenmerkt het schouwspel zich tevens door de vele improvisatie van de poppenspelers. Na elke voorstelling wordt de toeschouwers de mogelijkheid geboden een blik te werpen achter de coulissen.

Maastricht

Ook in Nederland bevond zich een poesjenellenkelder, genaamd ‘De Kleine Wereld’ onder het Dinghuis van Maastricht. Dit poppentheater was oorspronkelijk het initiatief van poppenspeler Jan Nelissen, maar werd later overgenomen door Pieke Dassen, die we allemaal nog wel kennen als August uit ‘De film van Ome Willem’. In de periode 1945-1953 verzorgden Nelissen en Dassen samen het poppentheater in de poesjenellenkelder van Maastricht, maar gaven tevens theatervoorstellingen elders in het land. In 1953 verliet Nelissen Maastricht en zette Dassen het theater op eigen houtje voort. Dassen heeft tot 1975 talloze poppenvoorstellingen gegeven, waaronder sterk politiek getinte theaterstukken.